Geplaatst op: 19 februari 2018, in: MARWEEwerkt nieuws

Het aandeel van flexwerkers in de totale beroepsbevolking is vorig jaar weer gegroeid. Hun aantal groeide in het laatste kwartaal van 2017 met 2,5 % ten opzichte van een jaar eerder, waar het aantal werknemers met een vast contract met 2,2 % toenam.

Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag. 

Er zijn wel nog steeds veel meer vaste werknemers dan flexwerkers. Op 31 december 2017 hadden bijna 5,3 miljoen Nederlanders een vaste aanstelling, ruim 60 % van de totale beroepsbevolking. Er waren 2 miljoen mensen met een flexibel contract en 1,1 miljoen zzp'ers.

In 2003 kon nog bijna drie kwart van de beroepsbevolking rekenen op een vast contract. Dat aandeel is sindsdien gestaag teruggelopen, ten gunste van de flexwerkers.

De overige groep, zelfstandigen met personeel of meewerkende gezinsleden, is de laatste 15 jaar vrij stabiel gebleven op een kleine 5 procent van de beroepsbevolking.

Uitzendkrachten

Binnen de groep flexwerkers kwamen er minder zzp'ers bij dan arbeidskrachten met een flexibel contract. Onder die laatste groep vallen bijvoorbeeld oproepkrachten, uitzendwerkers en werknemers met een tijdelijk contract.

Het aantal uitzendkrachten en mensen met een tijdelijk contract van een jaar of langer, nam af. De overige groepen groeiden.

De zzp'ers worden onderverdeeld in de groep die diensten verleent en de groep die goederen verkoopt. Die eerste groep nam toe, de tweede af.

Hoger opgeleid

Van de 112.000 vaste werknemers die er zijn bij gekomen, is ruim drie kwart hoogopgeleid. De helft is tussen de 55 en 65 jaar.

Deze groepen waren toch al oververtegenwoordigd binnen de groep werknemers met een vast contract.

Bron
nu zakelijk